Rembrandt’s period Amsterdam

Sharing is Caring!Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Pin on PinterestShare on RedditShare on TumblrShare on StumbleUponEmail this to someone

Rembrandt’s period Amsterdam

Names of the surgeons mentioned on “The Anatomy Lesson of Dr. Nicolaes Tulp” (1632)

Text

D Nicl Tulp
Jacob Block
Hartman Hartm…
Adriaan Slabr.
Jacob de Witt
Matthijs Kalko…
Jacob Koolvelt
Frans van Loenen

Translation
Comments
No comments available.

The letter in Marten Looten’s portrait (17 January 1632)

Text

17 Januarij 1632 … Martin Looten/Eersaem[e] was mij Amsterdam [Uw]geselscap, vriendschap, juist gafen mij onvergetelijcke rust ontstaen uit [een] ijndl [oose] Agting
RHL

Translation

Rembrandt’s certification of well-being (26 July 1632)

rembrandts-certification-of-well-being-26-july-1632
Text

Op huijden den 16 july anno 1632 hebbe ick Jacob van Zwieten nots etc. in presentie vande naebeschrevenen getuijgen mij ten versoucke van d’Ersame Pieter Huygen de Boijs, wonende buijten Leyden, op de Hoge Most, gevonden ende getransporteert ten huijs van Mr. Heijndrick Ulenburch, schilder, op de Breestraet aen St. Anthonissluijs binnen deser stede, ende aldaer aen seecker dochtertge dat voor quam, gevraecht hebbende off Mr. Rembrant Harmensz van Rijn, schilder (die ten huijse aldaer logeerde) in huijs en voodehant was heeft hetselve dochtertgie Jae geantwoord ende op mijn versouck de voorn. Mr Rembrant Harmens van Rijn, schilder , voorgeroupen ende denselven int voorhuijs, alwaer ick denselven gevraecht, off hij Mr. Rembrant Harmens van Rijn, schilder was ende “Jae” geantwoort hebbende, hebbe voorts tegens denselven geseijt dat het wel was, ende dat mij bleeck dat hij noch fris, clouck ende wel te pas, op het welcke hij mij antwoorde: “dat is waer ick ben Godt loff in goede dispositie ende wel te pas” gedaen Amsterdam ter presentie van van Elbert Dirckxn Arent van Gouthoven getuijgen etc.

Translation

Today 16 July 1632, I, Jacob van Zwieten, notary public, at the request of the Hon. Pieter Huygen de Boijs, who resides outside of Leiden on Hoge Most, went and visited the house of Mr. Heijndrick Ulenburch, a painter living on Breestraet near St. Anthonissluijs in this city, and there asked a certain young girl who came to the door whether Mr. Rembrant Harmensz van Rijn, a painter (who had taken lodgings at the house) was at home and available. The same girl replied “yes”and when on request the aforementioned Mr. Rembrant Harmensz van Rijn, painter, was called and had come to the entrance hall, where I was waiting for him, I asked him if he was Mr. Rembrant Harmensz van Rijn, the painter. And he replied “yes.” And I then said to him that that was all, and that it appeared to me that he was still fresh and vigourous, and in good health. To which he replied: “That is true, I am – thank God – in good condition and in good health.”
Enacted, in all sincerity, at Amsterdam, in the presence of Elbert Dircksz and Arent van Gouthoven, witnesses.

Comments

Strauss & Van der Meulen 1979, p. 87, RD 1632/1: ‘The purpopse of this certificate was the tontine of a hundred citizens (see 1631/2).

 

Paintings in the collection of prince Frederick Hendrick of Orange (16 August 1632)

Text

De groote audiëntiesael naest de garderobbe van Zijn Ex cie .
82 Een groot stuck schilderie daer Pluto Proserpina ontschaeckt, door Jan Lievensz. van Leyden gemaeckt.
89 Een stuck schilderij de Melancolij, sijnde een vrouw sittende op eenen stoel aen een taeffel daerop liggende boecken, een luyt ende andere instrumenten, door Jan Lievensz.
Opt het cabinet van Zijn Excie.
111 Een schilderije daerinne Symeon, sijnde in den tempel, Christus in sijne armen heeft, door Rembrants oft Jan Lievensz. gedaen.
219 Een contrefeytsel van Haere Excle in profijl, bij Rembrants gedaen.

Translation

Inscription on an etching of “Three camels and two oriental men”, after two drawings by Rembrandt (Benesch 453-454) (1633)

three-camels-and-two-oriental-men

Text

Drommedaris
Rembrandt fecit
Amsterdam. 1633

Translation
Comments

On verso: drawing in pencil of a wheel

 

A copyright notice on the second state of Rembrandt’s etching “Descent from the Cross” (1633)

Text

Amstelodami Hendrickus Ulenburgensis Excudebat

Translation
Comments
No comments available.

 

Handwritten (non-autograph?) copyright notice on the second state of Rembrandt’s etching “The Good Samaritan” (1633)

Text

Rembrandt f. cum priu. l. [pryvl.] 1633

Translation
Comments
No comments available.

 

Inscription on a drawing of a camel (Benesch 453) (1633)

inscription-on-a-drawing-of-a-camel-benesch-453-1633
Text

Drommedaris. Rembrandt fecit. 1633. Amsterdam

Translation
Comments

Gary Schwartz, Core list of Rembrandt drawings, section 1 signed drawings: ‘Drawing missing since the Second World War. Peter Schatborn doubts Rembrandt’s authorship of the drawing and Anna Röver-Kann thinks the inscription was written by someone else. Nonetheless, it fits well in Rembrandt’s oeuvre and is included here in the conviction that if it was not the original, it was copied from a drawing by the master.
Formerly Bremen, Kunsthalle Bremen’

Constantijn Huygens’ Latin couplet on Jacob de Gheyn’s portrait (8 February 1633)

Text

Rembrantis est manus ista, Gheinij vultus; Mirare, lector, et iste Gheinius non est.
eod. die

JACOVVS GEINIVS IVN
H[UYGE]NI IPSIVS
EFFIGIE[M]
EXTREMVM MVNVS
R./MORIENTE. NVNC HABET ISTA SECVNDVM HEV

Translation
Comments
No comments available.

The portrait of the Rev. Johannes Wtenbogaert (13 April 1633)

the-portrait-of-the-rev-johannes-wtenbogaert
Text

April 13 Wtgeschildert van Rembrandt voor Abraham Anthonissen

Translation

April 13. Painted by Rembrandt for Abraham Anthonissen

 

The marriage banns of Rembrandt and Saskia van Uylenburgh in Sint Annaparochie (8 June 1633)

 

Text

The (former) existence of this now (untraceable or no longer extant?) document is deduced on the basis of the inscription on the drawing “The artist’s bride of three days” (Benesch 427) (8 June 1633).

Translation
Comments
No comments available.

 

Portrait Sketch of Saskia van Uylenburgh with hat: “The artist’s bride of three days” (Benesch 427) (8 June 1633)

1633-rembrandt-portrait-of-saskia-as-a-bride

Text

dit is naer mijn huysvrou geconterfeyt
so sy 21 jaer oudt was den derden
dach als wij getroudt waeren
den 8 Junijus
1633

Translation

This is drawn after my betrothed
when she was 21 years old, the third
day after our engagement
on 8 June
1633

Comments

E. van de Wetering, ‘Verdwenen tekeningen en het gebruik van afwisbare tekenlplankjes en “tafeletten”‘, Oud Holland 105 (1991), pp. 210-227: p. 221 en afb. 8.
I. Groeneweg, ‘Rembrandt : de verwarde bruidegom’, Oud Holland 115 (2001), pp. 15-18.
A. Mueller-Schirmer, ‘Grenzen im Licht: Über Licht und Schatten in den Zeichnungen von rembradt’, Oud Holland 121 (2008), pp. 56-80: p. 59 en afb. 2.

 

Possible autograph inscription on the reverse of “Three studies of a bowman” (Benesch A20) (c. 1634)

1633-rembrandt-three-studies-of-a-bowman

Text

lderij 2 – 0 – 0 / 3 – 8 – 0 … / 5 – 0 – 0 

Notes
(seemingly prices of paintings). Related to the painting of St. John the Baptist preaching in Berlin (Bredius 555)
Translation
Comments
No comments available.

 

Rembrandt’s allegorical etching of the “Ship of Fortune” is published in the text of Elias Herckmans’ “Der zee-vaert lof handelende vande gedenckwaerdighste zeevaerden met de daeraenklevende op en onderganghen der voornaemste heerschappijen der gantscher wereld” (1634)

het-scheepje-van-fortuin
Text
Het scheepje van Fortuin
Translation
Comments

Dat Elias Herckmans’s boek vol rijmelarij over de zeevaart bij bibliofielen zeer in trek is, is niet de verdienste van deze auteur zelf. Het wordt veroorzaakt door het feit dat een van de zeventien [sic] illustraties van de hand van Rembrandt is. Hoogstwaarschijnlijk is het een zuiver historische afbeelding en stelt ze het ‘scheepje van Fortuin’ voor, tenminste zo is men de prent in de achttiende eeuw gaan noemen. Haar naam ontleent de afbeelding aan de naakte vrouwenfiguur, de godin Fortuna, die met haar adem als gunstige wind het zeil van de boot vult. (…) De figuur in het midden is of Augustus of Antonius. Op de achtergrond is de tweekoppige god Janus.” (exhib. cat. Goed gezien. Tien eeuwen wetenschap in handschrift en druk, no.33 (Leyden U.B.,1987)). The allegorical etching, showing the “Ship of Fortune”, is one of the 6 etchings Rembrandt Van Rijn made for 3 bookpublications.

 

Unsigned and undated notarial draft in which Rembrandt’s mother appoints legal guardians for her children

 

Text
Translation
Comments
No comments available.

Rembrandt’s funeral guild medal (1634)

naamloos-3
Text
Brass medallion with engraved inscription

Rembrant
Hermans
S

Translation
Comments

Wie toetrad tot een gilde ontving twee penningen: een lidmaatschapspenning en een begrafenispenning. De eerste nam hij mee naar huis, de begrafenispenning werd bewaard in het Waaggebouw. Wanneer een lid van het gilde was overleden, dan werden alle leden officieel op de hoogte gesteld door de ‘gildeknecht’ die iedereen afging. Daarbij overhandigde hij aan elk lid diens persoonlijke begrafenispenning. De penningen moesten weer worden ingeleverd bij de begrafenis van de overledene als bewijs van aanwezigheid en teken van medeleven.
Wanneer iemand niet persoonlijk aanwezig kon zijn, dan mocht zijn vrouw ook in zijn plaats komen. Maar op afwezigheid stond een boete (3 stuivers). Het werd gecontroleerd aan de hand van de weer ingeleverde penningen.
Het is heel bijzonder dat Rembrandts begrafenispenning nog bestaat. Dat zijn naam als ‘Rembrant’ wordt gespeld, hoeft niet te verbazen. Zelfs de schilder zelf spelde zijn naam niet altijd op dezelfde manier. Het ‘Hermans’ slaat op Rembrandt als zoon van vader Harmen, of Hermanus; Rembrandt noemde zich aanvankelijk vaak volledig: Rembrandt Harmenszoon van Rijn. De ‘S’ staat voor ‘schilder’.
De drie lege wapenschilden op de achterzijde verwijzen naar de drie beroepen die oorspronkelijk in het gilde waren verenigd: naast de schilders waren dat de beeldhouwers en de ‘glassnijders’. Boven de drie wapenschilden staat het jaartal 1634. Dat Rembrandt pas in 1634 lid van het gilde kon worden, kan te maken hebben met het feit dat je eerst minimaal een jaar moest zijn ingeschreven als poorter van de stad, voordat je werd toegelaten tot het gilde.

 

A Rembrandt copy in the inventory of Cornelis van Nerven (12 January 1634)

Text

Copie na de boufons van Rembrandt f. 4,-

Translation
Comments
No comments available.

 

 

The announcement of Rembrandt and Saskia’s marriage (10 June 1634)

the-announcement-of-rembrandt-and-saskias-marriage-10-june-1634-1
the-announcement-of-rembrandt-and-saskias-marriage-10-june-1634-2
Text

Den 10 en Junij 1634 compareerde voor Commissarissen Outgert Pietersz. Spiegel ende Luycas Jacobsz. Rotgans Rembrant Harmansz. Van Rijn van Leyden, out 26 jaeren, woonende op de Brestraet, wiens moeder sal consenteren in desen huwelijck, ende Saskia Vuijlenburgh van Leewarden, woonende op ‘t Bil tot Sint Annenkerck, voor welcke persoon heeft gecompareert Jan Cornelis predicant, als neve van de voorsz. Saskia, vermenende voor ‘t derde gebodt inne te brengen wettelijcke inteeckeninge van de voorn. Saskia
(get.) Rembrandt Harmensz. Van Rijn
[i.m.] Des moeders consent is goet ingebracht, blijkende bij acte notarieel,

Translation

10 June 1634: before the commissioners Outger Pietersz Spiegel and Luycas Jacobsz Rotgans appeared Rembrandt Harmansz van Rijn from Leiden, aged twenty-six, residing on Breestraet, whose mother will consent to this marriage, and Saskia Vuijlenburgh from Leeuwarden, residing in Het Bil[dt] at Sint Annenkerck, who was represented by the preacher Jan Cornelis, het cousin, who, before the third reading of the banns, is to submit the legal registration of the aformentioned Saskia,
Rembrandt Harmensz van Rijn.
[in the margin] The mother’s consent was submitted in proper form, as apparent from the notarial act.

Comments

Strauss & Van der Meulen 1979, p. 107, RD 1634/2: ‘Jan Cornelis was the preacher Johannes Cornelisz Sylvius (d. 1638) who was married to Saskia’s coussin Aaltje Pietersdr van Uylenburgh. Rembrandt etched his portrait in this ame year (B.266).’

 

 

The marriage of Rembrandt and Saskia in Sint Annaparochie (22 June | 7 July 1634)

Text

Anno 1634
Den 22 Junij sijn in ‘t houwelijck bevestiget Rembrant Hermensz van Rhijn tot Amsterdam woonende ende
Saskia van Ulenborgh nu tot Franeker woonachtich

Translation

Anno 1634
On 22 June, jointed in wedlock:
Rembrandt Hermensz van Rhijn tot Amsterdam
woonende ende
Saskia van Ulenborgh, now residing in Franeker

Comments

Strauss & Van der Meulen 1979, p. 110, RD 1634/5: ‘Saskia had proably come to Amsterdam to help out in the thriving business of her cousin, Hendrick van Uylenburgh or else to visit her cousin Aaltje Uylenburgh who was married to the Rev. Cornelis Sylvius. At the time of her marriage she was twenty years old, and probably resided in Franeker at the house of Maccovius, as her sister Antie had just died. (see illustration below.)’

 

Rembrandt’s inscription and drawing in Burchard Grossmann’s album (July 1634)

rembrandts-inscription-and-drawing-in-burchard-grossmanns-album-july-1634
Text

Een vroom gemoet
Acht eer voor goet
Rembrandt
Amsterdam 1634

Notes
Any annotation
1634. De andere Amsterdamse bijdragen dateren van 17 tot 21 juli 1634.
Translation

A pious mind
Places honor above wealth
Rembrandt
Amsterdam 1634

Translation Notes
Any annotation
1634 The other Amsterdam entries date from 17-21 June 1634
Comments

De Herbersteinse hofmeester Burchard Grossmann de Jongere werd geboren te Weimar. Twee alba amicorum zijn van hem overgeleverd. Het eerste album bevat hoofdzakelijk bijdragen van medestudenten en professoren uit Jena, Leipzig en Altdorf, het tweede kwam tot stand op zijn reizen. Drie maal deed Grossman de Nederlanden aan.
Hij verbleef te Leiden in 1629 en in 1630 bracht hij enige dagen door in Den Haag. Langduriger was zijn bezoek van 1634, van mei tot midden juli, toen hij met een vriend van Hamburg naar Amsterdam reisde en doorging naar Leiden en Den Haag. Tijdens zijn verblijf in Amsterdam bezocht Grossmann vermoedelijk de kunsthandel van Hendrick van Uylenburgh, alwaar hij Rembrandt ontmoet kan hebben. Grossmann en zijn compaan keerden terug via Den Bosch, waar hun schip rakelings wist te ontsnappen aan een overval van door een groep bandieten uit Breda.
Van de auteurs van het 144 pagina’s tellende album is Rembrandt de enige kunstenaar. Van Uylenburgs inscriptie, gedateerd 18 juni 1634 (fol. 2c), luidt: Miedelmaet hout staet/ Hendrick Ulenborch, consthandler in Amsterdam. Wijnman vermoedt dat de afgebeelde figuur de eigenaar van het album moet voorstellen.

 

Rembrandt gives power of attorney to his brother-in-law Gerrit van Loo to negotiate on his behalf with debtors in Frisia (22 July 1634)

Text

Op huyden den xxij-en July anno xvic xxxiiij compareerde voor mijn, Jan van Aller Andriessen notaris publicq etc. Sr. Rembrant van Rhijn, coopman tot Amsterdam, dewelcke bekende te hebben geconstitueert ende volmachticht … bij desen E. Gerrit van Loo, secretaris op het Bill in Vrieslant, omme uutten name ende van weghen hem comparant, als man ende voocht ende getrouwt hebbende Saskia Ulenburch, sijnne comparants debiteuren die in eennighe steden, dorpen, plaetsen ofte vlecken in Vrieslant voorsegd wonende sijn, alle soodanighe penninghen, rentten ofte intressen, sulckx als hem comparant van de selve sijn competerende, ‘t sij waeruut ofte van wat oorsaecken deselven souden moghen spruitten, quittantie van sijnnen ontfang te passeren…
Aldus gedaen ten tijde voors ten comptoire mijns notarij, ter presentie van Herber van der Mey mijnnen clercq ende Pieter Mannus apotecaris, inwoonders deser steder, als getuijghen neven mij notario hiertoe gerequireert,
Pieter Mannus Rembrandt van Rijn.
H. van der Mey
J. van Aller, Nots, 1634

Translation

Today the 22 July 1634 before me, Jan van Aller Andriessen, Notary Public etc. appeared Mr. Rembrant van Rijn, a merchant [sic] in Amsterdam, who let it be known that he appoints and gives power of attorney – as he is doing hereby – to the Hon. Gerrit van Loo, town clerk of thet Bill in Vrieslant, in order to exhort, receive and cash on behalf of the deponent, who is acting as husband and guardian by his marriage to Saskia Ulenburch, his wife, from all his debitors, residing in any town, village or hamlet in the aformentioned Vrieslant, all such moneys, interest, and rents, which the deponent is claiming from them, for whatever reason these debt may have been incurred, and to draw up a receipt for each payment received. Enacted on the aformentioned date at my, notary’s, office, in presence of Herbert van der Mey, my clerk, and Pieter Mannus, apothecary, residents of this city, as witnesses besides me, the notary, requested for this purpose.
Pieter Mannus Rembrandt van Rijn
H. van der Mey
J. van Aller, Nots, 1634

Comments

Strauss & Van der Meulen 1979, p. 112, RD 1634/7: ‘It is yet unexplained why this document was drawn up in Rotterdam, and why Rembrant is reffered to as “merchant.” Cf. 1643/1; and 1646/1.’

 

The wedding banns of Philips Lucasz. and Petronella Buys, whose portraits Rembrandt painted afterwards (Br. 202) (4 August 1634)

the-wedding-banns-of-philips-lucasz-and-petronella-buys-whose-portraits-rembrandt-painted-afterwards-4-august-1634
Text

Compareerden als voren. Philips Luycasz van Middelburch.
out 36. Jaren wonen[de] op de Heregraft […] Petronella Buijs,
Van […] out 29 Jaren. geassisteert met haer suster
ende swager als Generael […] wonen[de] op de Keysersgraft.

Translation
Comments

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *